• NL
  • LI
  • FB

Als zuivere parels

Als parels zo zuiver, verlangend
Met ogen zoekend naar de liefde
De zoete geur van begeerte, hangend
Een scherpe pijn van verloren geliefde

Woorden overbodig

Zelfs fluisterend niet waard
Wat zij zoekt en wil, broodnodig
Warmte, een knuffel, kroelen voor openhaard

Ooit vuur gedoofd, nu weer ontvlamd

Door hartstocht overwonnen
Gefaald menig keer, op cruciaal punt beland
Gedrag impulsief en soms onbezonnen

Haar hoop nooit verdwenen

Geen duisternis die haar omarmt
Warme gloed en glinstering verschenen
Een schim die haar hart weer verwarmt

 



Mijn muze

Oh verheven heerlijkheid van mijn universum
mijn goddelijke geestkracht,
mijn inspiratie, mijn adem en lucht
waar was je al die tijd, zo lang gewacht en nooit gedacht
gekomen van zo ver en mijn leven binnengekomen
zo welkom hier in het aardse paradijs, gevleugelde patrijs
zo fier, zo mannelijk alsof gehouwen uit een brok graniet
de kunst verstaat en meester is op beminnelijk gebied

oh, je doet mijn vezels, mijn grijze massa

als een snaar zo gevoelig bij elk van jouw gebaar
telkens weer beroeren zowaar ik hier nu in het leven sta
Oceanus, jij met je gespierde bovenlijf
en je onderlijf zo beweeglijk met die kreeftenscharen op je hoofd
mijn titaan en zeegod,
jij die de opkomst en ondergang van de hemelse lichamen Helios, de zon, en Selene, de maan, regelde


Jij die mijn sterfelijke ziel licht brengt en
het zilte zout van alle wateren, oceanen
de golvende krachten die ontsproten uit een samenzijn van
geliefden,
De weerspiegeling van mijn gezicht in jou
harmonieus en in hoge sferen
Eros, zoon van Aphrodite en Ares, altijd met pijl en boog
de sterveling rakend en op slag verliefd
goden die niet veilig waren voor jou en Zeus die aan Psyche uiteindelijk de godennectar schonk

 



Alleen maar Liefde

Ik zou de liefde willen drinken als wijn
Vroeg in de ochtend
gewekt willen worden uit mijn slaap
In de middag naar de schaduwen
van de bomen worden gebracht
om uit te rusten van de hitte en de zon

‘s Avonds wil ik stilstaan bij

de zonsondergang om te
luisteren naar het afscheidslied van de natuur
In de nacht wil ik door de liefde
worden omhelsd en
slapen en dromen
van een hemelse wereld waar geliefden
en dichters bij elkaar wonen

Het liefdesvuur

heftig, hevig, heter
Maar ook vaak rookloos, grillig
vluchtig en veranderlijk
Dan eens oplaaiend
en dan weer een smeulend koortsvuur
Kracht van de liefde
diep in het hart gezaaid
bij oogst, verdelen aan zij die het nodig hebben

Ik hoor ’t gezang van de stilte

Het lawaai van mijn hart
‘k Hoor ook opwindende muziek
vibrerend in de lucht
en het universum doet trillen
Liefde is het resultaat
van spirituele affiniteit

Zoals de bergen, rivieren en bomen

van uiterlijk veranderen gedurende
de dag en door de seizoenen
Zo ben ik als mens veranderd door
ervaringen en emoties
Met gebogen hoofd zit ik hier
alsof er door de storm een tak
is afgebroken van een boom
die langzaam uitdroogt en verpulvert

De kust luistert naar de tonen van de golven

De zon trekt haar stralen terug
De maan werpt straalbundels op de bloemen
De dageraad giet een druppel dauw uit over
deze bloem
Ik luister naar de taal van mijn ziel
Badend in geborgenheid door diepe genegenheid
Tranen die ook de taal van het hart spreken
Liefde zo diep als de oceaan, hoog als de sterren
en zo wijd als de hemel
Het schip van de liefde is gezonken door de storm
Een stroom in de loop verloren
en die ook nooit de zee heeft bereikt

Verloren in een diepe zee van gedachten